Informatie over versvoeding

Gefeliciteerd! Je hebt de weg gevonden naar een gezonde, natuurlijke voeding voor je huisdier, de carnivoor.

Een goede voeding is de basis voor een goede gezondheid. Hoe natuurlijker de voeding, hoe beter een lichaam in staat is weerstand op te bouwen. Een gezond lichaam heeft minder kans om ziek te worden en heeft een betere conditie.

Let op: Canis Naturalis is niet verantwoordelijk voor de gezondheid van je huisdier. Canis Naturalis kan je wel helpen een goede (nieuwe) start te maken voor je huisdier(en). Vraag advies! Laat het ons ook weten wanneer je problemen ondervindt.

Overstappen op versvoeding

Wanneer je huisdier voor het eerst vers vlees te eten krijgt, betekent dit dat ‘ie moet omschakelen. Rauw, vers vlees verteert heel anders dan droog- of blikvoer. Het spijsverteringssysteem van je huisdier moet anders gaan werken en dat kán tot gevolg hebben dat ‘ie diarree krijgt.
Hier hoef je niet direct van te schrikken, want het gaat zeer waarschijnlijk snel weer over.

Hoe introduceer je het nieuwe voer aan je huisdier?

Maak eerst het oude voer op (of doneer het aan een dierenasiel) en ga daarna met vers beginnen. Heb je nog heel veel voorraad van het oude voer, zorg er dan voor dat er minstens acht uur zit tussen de maaltijden: geef de ene maaltijd het oude voer en de andere maaltijd het nieuwe voer. Mengen is geen goed idee!

De meeste huisdieren kunnen heel goed van de ene op de andere dag omgezet worden.

Merk je nou dat je huisdier zich nog niet zo goed kan aanpassen aan de omschakeling, giet dan een beetje gekookt water over het rauwe vlees. Hierdoor maak je de overgang voor je huisdier beter. Geef iedere maaltijd steeds meer rauw. Meestal is een paar dagen voldoende en is je huisdier helemaal gewend.

Hoe kun je controleren dat de omschakeling succesvol is geweest?

Kijk naar de ontlasting; een beter bewijs is er niet. De ontlasting dient compact, weinig en reukloos te zijn.

Hoeveel heeft een hond of kat per dag nodig?

Een volwassen hond of kat eet ongeveer 2% van zijn lichaamsgewicht per dag, oftewel 20 gram per kilo lichaamsgewicht. PER DAG, niet per maaltijd!

Een hond van 20 kilo krijgt dus 400 gram per dag, een kat van 6 kilo 120 gram per dag.
Voor opgroeiende honden geldt 3% (pups 4%).
Deze richtlijn geldt als je naast BIBI géén andere voeders geeft.

Voeren doe je echter op het oog. Begin met voeren op basis van deze richtlijn en bepaal vervolgens (na ca. 1 à  2 weken) of je de hoeveelheid voer moet vermeerderen of verminderen.

Doe dit stapsgewijs, net zolang tot je uitkomt op de juiste hoeveelheid voer voor jouw huisdier op dat moment van zijn leven.
Hou je hond of kat schraal voor een goede gezondheid.

Hoe behandel ik het voer van mijn hond of kat?

Een vriezer is onontbeerlijk. Het voer moet ingevroren te worden bewaard bij -18ºC.

Ontdooi de maaltijd een dag van te voren in de koelkast (hou voor grotere hoeveelheden twee dagen aan). Een vershoudbakje biedt uitkomst omdat er tijdens het ontdooien metaboolvocht (vleesnat) vrij komt.

Geef het voer altijd rauw en op kamertemperatuur.

Hou het aanrecht schoon en ontsmet steeds keukengereedschap nadat je het eten voor je hond of kat hebt klaargemaakt. Wanneer je nog een restje over hebt, kun je dit in een vershoudbakje in de koelkast bewaren. Opnieuw invriezen is niet nodig.

De do’s en don’ts van botten

Zoals hierboven is aangegeven, verandert de spijsvertering van je huisdier door het eten van vers vlees. Zo wordt onder andere het maagzuur zuurder, waardoor het meer verschillende zaken (beter) kan verteren.

Deze verandering is over het algemeen na een week of twee volledig voeren van versvlees gerealiseerd. Hierdoor heb je nu de keus om de beste tandenborstel voor dieren in te zetten: botten.

Botten zijn er in verschillende soorten en maten en het is goed te weten welke geschikt zijn en welke minder.

Do’s – welke botten wel

Geschikte botten zijn zacht. Zachte botten zijn vleugels, ribben van jonge dieren, karkassen, nekken e.d.. Kortom, alle botten behalve poten.

Er zijn twee soorten: vleesbotten en recreatiebotten.
• Vleesbotten kun je geven in plaats van een maaltijd; doe dit niet vaker dan twee of drie maaltijden per week voor honden en niet vaker dan drie tot vier maal voor katten.
• Recreatiebotten zijn geschikt als toetje na een vleesmaaltijd.

Botten worden beter verteerd wanneer ze in combinatie met vlees worden gegeven. Geef altijd rauw bot.

Don’ts – welke botten niet

Geef geen gerookt bot of bot dat anderszins is bewerkt (gekookt, gebraden, enz.). Bot dat verhit is geweest, heeft een andere structuur en gaat splinteren. Een versplinterd bot kan voor obstructie zorgen in maag en darmen met alle gevolgen van dien.

Geef geen bot van oudere dieren of dragend bot (dragend betekent: al het bot dat gewicht gedragen heeft tijdens het leven van een dier, dat zijn dus de poten). Deze botten zijn te hard en je huisdier kan er zijn tanden op stukbijten.

Hoe start je met het voeren van botten?

Wanneer je voor het eerst bot gaat voeren, begin dan voorzichtig. Een kippennek is een goed beginnersbot. Hou de nek vast en laat je huisdier het bot kraken. Katten kauwen over het algemeen zorgvuldiger op botten dan honden: honden hebben vaker de neiging alles zo snel mogelijk naar binnen te werken.

Probeer daarna eens een vleugel. Eventueel kun je de botjes en/of de verbinding ertussen (de ‘V’) eerst breken met behulp van een hamer of de achterkant van een vleesbijltje.

Als dit alles goed gaat, kun je ribben en/of hele karkassen gaan proberen.
Voor katten zijn eendagskuikens ook een goede optie.

Soms kan het zijn dat je stukjes bot terugvindt in de ontlasting of dat er stukjes worden uitbraakt. Geen paniek! Het is een teken dat dit type bot niet goed bij je huisdier past.